Hier kunnen kinderen, kunstenaars en organisaties die met kinderen werken terecht met creatieve uitingen en activiteiten.
Archief TIP van Ellen & Ino
 
TIP 12
Oefening in verbeelding
Nodig:
- Papier
- Stopmotion-app. op tablet of telefoon
Werkwijze:
- Zorg voor een ruimte werkplek met goed licht.
- Open de app. op telefoon of tablet. Kijk op het scherm en bepaal zo het kader van het beeld. Geef dit kader op het werkblad op een of andere manier aan zodat je weet waar op het werkblad ‘ je in beeld komt’.
- Verzin een verhaal; een verhaal wat in de werkelijkheid niet kan maar wel in de animatie.
- Knip uit gekleurd papier de figuren en voorwerpen die je nodig hebt.
- Leg de figuren op het werkblad en maak foto’s......veel foto’s.
- De app. maakt van de foto’s een filmpje.
 
 
TIP 11
Oefening in verbeelding
Elke dag een mini
(Klein projectje)
Nodig:
- Papier
- Pen of stift
- Potlood
- Gum
Werkwijze:
Teken met stift of pen zoveel rechthoekjes als er op de bladzijde kunnen staan; ik trok een kaartje 12 keer om. Het aantal rechthoekjes is het aantal dagen dat er ‘gewerkt’ moet worden.
Zet een niet al te ingewikkelde kras met potlood.
Gum de potloodlijn tussen de rechthoeken weg.
Teken elke dag in één van de rechthoeken iets dat gebaseerd is op dat stukje potloodlijn dat in de rechthoek zichtbaar is. Volgorde van wel vakje maakt niets uit. De tekeningetjes hoeven NIETS met elkaar te maken te hebben.
Als alle vakjes ingevuld zijn; bedenk een verhaal naar aanleiding van de tekeningetjes.
   
12 dagen werk
 
TIP 10
Sterspeler
Als je weet waar je naar kijken moet, kun je bij heldere hemel ‘de Kleine Beer’ aan de hemel zien. De helderste ster van ‘de Kleine Beer’ is de Poolster. Met de Poolster ken je ‘het noorden’. Columbus wist dat en zeilde op de sterren naar Amerika.
De Arabieren waren in de middeleeuwen de sterrenkundigen van de wereld. Zij gaven heel veel sterren namen en zagen in combinatie van sterren allerlei figuren; sterrenbeelden…
Oefening:
Knip grote en kleine sterren. Plak ze zo op dat de lijnen tussen de sterren de naam van het sterrenbeeld tonen: hier de stervoetballer…
Oefening:
Zet met jouw ogen dichten tiental stippen op papier of plak willekeurig sterren op papier. Kijk of je door lijnen tussen de stippen/sterren te zetten een mensfiguur kunt tekenen; of een gezicht; of een dier of …
Variant:
Ik zie ik zie wat jij nog niet ziet … Kijk naar de stippen/sterren. Zet tussen de stippen met bijvoorbeeld rode stift de lijnen en toon zo dat wat jij ziet…  Draai het blad een kwart slag, kijk en pak bijvoorbeeld een blauwe stift en teken… Draai het blad een kwartslag en teken, draai en teken…
 
   
 
TIP 9
Vreemde kinderen
We zingen en/of luisteren naar het lied ‘De blauwbilgorgel’
We bekijken de porgels en de porulannen en bedenken wat voor kinderen daar van komen… 
Die vreemde kinderen gaan we tekenen.
   
 
 
TIP 8
Van Theepot tot superman
Monden dicht!
Je tekent om de beurt. En je mag steeds maar drie vormen tekenen. Je maakt dus eigenlijk alleen maar een beginnetje van een tekening. Dan mag de ander. Die ander kijkt en mag 1 vorm weggummen. Dan tekent die nummer twee ook drie vormen reagerend op wat de eerste tekenaar getekend heeft. Dan mag de eerste tekenaar weer. Die kijkt en gumt een vorm weg en zet al reagerend op wat er al getekend is weer drie vormen neer… dan mag de tweede tekenaar etc.
 
 
 
TIP 7
In vlekken zien
Je hebt vellen papier met inktvlekken (een tiental kopieën van het origineel waarop gewerkt kan worden) , kleurpotloden, wasco of viltstiften nodig.
Kijk naar de vlek en kijk wat je er van maken kunt. Teken...
Kijk weer, draai het vel papier eventueel een kwartslag rond en teken...
   
 
   
 
TIP 6
Heen en terug (en met een omweg)
Story-cubes zijn handig, niet noodzakelijk. Heb je deze dobbelstenen niet dan vraag je bijvoorbeeld het eerste woord dat bij jouw buurman opkomt… dat is jouw startpunt dan. Of je telt het 18de (jouw geluksgetal) woord dat op een willekeurige bladzijde staat in een willekeurig boek dat je willekeurig openslaat.
Pak een stift en een stuk papier: even het papier verdelen in drie stroken.
Gooi een twee dobbelstenen en wil je het jezelf moeilijker maken drie.
Het plaatje dat de dobbelsteen toont is jouw startpunt; teken het plaatje. Het andere plaatje is jouw eindpunt. Je moet van het een naar de ander en wel in twee (of drie  of vier – hoe meer hoe gemakkelijker - )
Waar doet het eerste plaatje je aan denken met in jouw achterhoofd het eindplaatje waar je uit moet komen en de hoeveelheid stappen? … en teken die en wel zo dat ik als toeschouwer jouw denkstap nog kan volgen.
 
 
 
 
TIP 5
Van het een komt het ander, je komt nog eens ergens
Story-cubes zijn handig, niet noodzakelijk. Heb je deze dobbelstenen niet dan vraag je bijvoorbeeld het eerste woord  dat bij jouw buurman opkomt… dat is jouw startpunt dan. Of je telt het 18de (jouw geluksgetal) woord dat op een willekeurige bladzijde staat in een willekeurig boek  dat je willekeurig openslaat.
Pak een stift en een lange reep papier (een kassarol is ideaal); heb je geen rol dan even stroken vouwen.
Gooi een dobbelsteen.
Het plaatje  dat de dobbelsteen toont, is jouw startpunt; teken het plaatje. Waar doet dit plaatje je aan denken? … en teken die en wel zo dat ik als toeschouwer jouw denkstap nog kan volgen.
Eindeloos kun je doorgaan…. Is dat zo? Waar kom jij uit?
Tip: je hebt getekend, kleur  het tekeningetje  eerst even in….dat geeft denktijd om de volgende stap te bedenken.
   
 
   
 
Tip 4
‘Lieg de waarheid’ 
Voor midden  en bovenbouw
Pak een vel papier en een pen of een stift. Teken allemaal hetzelfde bijvoorbeeld een oog, een huis, een wolk ... niet heel gedetailleerd gewoon als schema: je moet kunnen zien wat het is en verder niet. Kijk dan even naar de wolk en kijk of je door iets toe te voegen aan de wolk iets kunt toevoegen (een zon bijvoorbeeld) of spannender of je er iets anders van kan maken (bijvoorbeeld een schaap). Teken en kijk dan weer ... en teken ... kijk dan weer en teken ...
   
 
 
TIP 3
FBeestje
Het is gezellig druk ... feestje. Al jouw vrienden zijn gekomen en dansen en zingen en maken plezier. Zet jouw stift op papier en teken in een beweging zonder de stift van het papier te halen een dansende olifant ... 
Dan mag de stift even los en snel een oog en dan een swingende giraf ... 
Dan mag de stift even los snel van het papier en nog even snel een oog en dan teken je ...?
   
   
 
TIP 2
Portret
Ga tegenover iemand zitten. Leg een papier voor je en pak een potlood of stift. Blijf naar degene die tegenover je zit kijken en teken zonder dat je naar het papier kijkt.
Laat het potlood het werk doen.....ogen, pupillen, wimpers wenkbrauwen, neus, mond, oren, enzovoort.
Op een gegeven moment ben je klaar en kijk.....
   
   
 
TIP 1
De achtbaan
Pak een vel papier, pak een potlood of stift, doe je ogen dicht en teken een vliegensvlugge achtbaan …. Je vliegt alle kanten op, je hangt in de beugels en je knijpt je ogen stijf dicht…  het potlood roetsjt over het papier…  hoe lang duurt zo’n rit? Eén minuut? Twee? Je staat stil: Je doet je ogen open…
Vergeet de achtbaan. Kijk en zie een vogel, kijk hier en daar en zus en zo…  of nee, geen vogel, een gezicht zo’n Picasso gezicht met hier een oog en daar en een neus en …  of nee kijk hier een brandweerman met de slang en het vuur daar … nee kijk, Elke speelt harp.
Draai het blad om en kijk opnieuw…. Je kijkt net zolang tot je iets hebt dat je leuk vindt… inkleuren en klaar.